- proefsessie
- nieuwsbrief
- webinar
- 020 – 737 0093
- info@alpha-up.nl
- adres
info@alpha-up.nl / tel. 020 - 737 00 93
Proefsessie
Toelichting wetenschappelijk onderzoek Alpha Up
In het voorjaar van 2009 zijn we gestart met een onderzoek naar de effecten van Brain State Conditioning neurofeedback (BSC) zodat we deze op wetenschappelijke wijze kunnen onderbouwen. Van alle cliënten die aan het onderzoek willen deelnemen registreren we de scores over klachten, functioneren en persoonlijkheid op een BSC-specifieke en een aantal wetenschappelijk gevalideerde vragenlijsten. Deze validatie houdt in dat een vragenlijst echt meet wat we willen meten en dat het niet uitmaakt wie de vragenlijst afneemt, op welk tijdstip dit gebeurt en of de vragenlijst vaker wordt afgenomen bij dezelfde persoon.
De tijdstippen waarop de vragenlijsten zijn ingevuld zijn onmiddelijk voor en na de trainingsessies en vervolgens 2-3 weken erna.
Om veranderingen in de stressgevoeligheid te meten registreren we tevens de bloeddruk en de hartslagvariabiliteit. Hieronder vindt u een toelichting van al hetgeen we meten.
Trainingsdoelen Brain State Conditioning neurofeedback
Voordat cliënten beginnen met de trainingsessies geven zij aan waaraan zij willen werken: de verbeterdoelen. Als iemand bijvoorbeeld last heeft van angstklachten kan één van de doelen zijn: ‘een gevoel van innerlijke rust en vermindering van angst’. De client geeft per doelstelling aan in hoeverre zij deze op dat moment beheersen of bezitten.
Vragenlijst - Outcome Questionnaire (OQ-45)
Met de OQ-45 kunnen onder andere psychische en lichamelijke klachten, het functioneren in interpersoonlijke relaties en het functioneren in de maatschappelijke en sociale rol worden gemeten. Hiermee meten we dus zowel de klachtbeleving als de kwaliteit van leven (Lambert et al., 1996).
Naast de OQ-45 gebruiken we 2 vragenlijsten die gericht zijn op de persoonlijkheid, namelijk de mate van mindfulness en mindedness. Voor zowel mindfulness als mindedness werd herhaaldelijk een verband gevonden met de psychische en lichamelijke gezondheidstoestand (Brown & Ryan, 2003; Denollet & Nyklicek, 2004; Shill & Lumley, 2002).
Vragenlijst - Freiburg Mindfulness Inventory (FMI-s)
Mindfulness kan worden omschreven als een alerte en open gemoedstoestand: het optimaal ervaren en waarnemen van de omgeving en je eigen gevoelens, en deze zonder oordeel accepteren zoals ze zich op dat moment aan iemand ‘openbaren’ (Walach et al., 2006).
Vragenlijst - Balanced Index of Psychological Mindedness (BIPM)
Mindedness omvat de interesse in en de capaciteit om onze eigen psychologische toestand(en) en processen te leren kennen en hierop te reflecteren. Kort samengevat kan mindedness worden omschreven als interesse en inzicht in de eigen psychologische fenomenen (Nyklicek & Denollet, 2009).
Bloeddruk en hartslag: Het autonome zenuwstelsel
Met het meten van bloeddruk en hartslagvariabiliteit krijgen we inzicht in het functioneren van ons autonome zenuwstelsel. Dit deel van het zenuwstelsel zorgt er voor dat onze interne processen zich aanpassen aan de veranderingen in de omgeving. Het autonome zenuwstelsel stuurt ieder orgaan in ons lichaam aan, en kan daarom alle sensorische, motorische en hormonale functies beïnvloeden. Dit systeem functioneert volledig onbewust (autonoom) {Öhman, 2000 #3340}.
Het autonome zenuwstelsel bestaat uit twee delen: een activerend deel (het sympathische zenuwstelsel) en een rust-deel (het parasympathische zenuwstelsel). Deze twee delen worden ook wel eens het gaspedaal respectievelijk de rem genoemd. Het gaspedaal is nodig wanneer we in actie moeten komen of alert moeten zijn (fight or flight reactie). De rem is nodig wanneer we weer tot rust en in balans moeten komen (rest and digest fase).
In een gezond zenuwstelsel werken deze twee componenten goed samen om een optimale metabole toestand in stand te houden en zo nodig aanpassingen te verrichten als reactie op omgevingsveranderingen. Wanneer het autonome zenuwstelsel uit balans is kan dit tot uiteenlopende psychische en lichamelijke klachten leiden {Berntson, 1991 #4487} {Berntson, 1993 #4522}.
Het autonome zenuwstelsel staat weer onder controle van hogere delen van de hersenen {Critchley, 2002 #4633} {Critchley, 2003 #4653}. Het balanceren van de hersenen door Brain State Conditioning neurofeedback leidt dan tot verbetering in de samenwerking van het autonome zenuwstelsel. Wanneer door de neurofeedback klachten verdwijnen, is dit dus veroorzaakt door een verbeterde balans en interactie tussen hersenen, (autonoom) zenuwstelsel en lichaam. Het effect van de neurofeedback kan dus ondermeer worden onderzocht via het autonome zenuwstelsel.
Het ritme van het hart kan ons veel vertellen over het functioneren van het autonoom zenuwstelsel. De hartslag is zeer variabel, maar toch kunnen er patronen worden herkend. Aan de hand van deze patronen kan worden bepaald of het sympathische en parasympathische zenuwstelsel al dan niet optimaal functioneren, en in welke mate {Task Force of the European Society of Cardiology and the North American Society of Pacing and Electrophysiology, 1996 #5300} {Öhman, 2000 #3340}.
Recent onderzoek in de neurowetenschappen laat zien dat er een neurobiologische basis bestaat voor hersenplasticiteit, hersengolf oscillaties en EEG (Dolan, 2002; Sandi, 2008; Stein and Hoffman, 2003).
Dolan, R. J. (2002). Emotion, cognition and behavior. Science 298, 1191-1194.
Sandi, C. (2008). Understanding the neurobiological basis of behavior: a good way to go. Front. Neurosci. 2, 129-130.
Stein, D. S., and Hoffman, S. W. (2003). Concepts of CNS plasticity in the context of brain damage and repair. J. Head Trauma Rehabil. 18, 317-341.



